Voetbal Vlaanderen zet Martinez in om Pro League te overtuigen ... Clubs boos

Vrouwenvoetbalclubs willen geen concurrentie van eigen Federatie

Opnieuw poogt men om de Yellow Flames te laten deelnemen aan de competitie op niveau van Eerste Nationale. Dit dossier - dat door alle betrokken vrouwenclubs uit de Superleague en Eerste Nationale als onaanvaardbaar wordt beschouwd en dat mede hierdoor ook door de Pro League niet werd aanvaard - zal nu op 6 mei verdedigd worden door Bondscoach Roberto Martinez.

Op maandag 15 april 2019 werd deze beslissing door de vertegenwoordiging van de Vlaamse studiecommissie op de Nationale reglementscommissie meegedeeld en verdedigd. Een definitieve beslissing werd uitgesteld. Na een grondige analyse en discussie met de vertegenwoordigers van de Pro League werd beslist om op maandag 6 mei Roberto Martinez tijdens de Raad van Bestuur van de Pro League uit te nodigen om dan finaal een beslissing over het voorstel te nemen.

Martinez moet de Pro League trachten te overtuigen om het voorstel van Voetbal Vlaanderen met een brede glimlach te omarmen. En zo zegt Voetbal Vlaanderen “dit is het enige wat Minister van Sport Philippe Muyters wil doen voor het (vrouwen)voetbal om uiterlijk in 2023 de strategische doelstelling van de Red Flames te realiseren, namelijk een top 8 plaats op de Uefa ranking”.  Om de huidige Vlaamse topsportsubsidiëring van de Red Flames (190.000 EURO in 2019) en het masterplan meisjesvoetbal (180.000 EURO in 2019) niet in het gedrang te brengen, verwacht de Vlaamse Overheid eveneens een dergelijke maatregel.  De druk wordt zo opgevoerd. Het is “te nemen of te laten” ...

De Vrouwenclubs maken volgende bedenkingen:
Moet de werking van de clubs gedurende jaren wijken voor een eventuele kans om met onze Nationale Ploeg aan de Olympische Spelen te kunnen deelnemen? Is dit de enige weg naar een mogelijk ticket? Is dit de opoffering van de clubs waard? Bereiken we door dit project niet het tegengestelde effect?

De clubs zijn verbolgen dat hun werking hierdoor ondermijnd wordt.

 

  • Wij kunnen uiteraard begrip opbrengen voor het project Topsport.
  • Wij hebben geen bezwaar tegen de huidige werkwijze voor de speelsters van de tweede graad: spelen in de Interprovinciale competitie en wedstrijden op donderdagavond, waarbij de speelsters nog aangesloten zijn bij hun club van herkomst.
  • Wij zijn wel pertinent tegen het deelnemen van speelsters van de derde graad onder de vorm van Yellow Flames of “Talent Team” als ploeg aan de competitie. Wij wensen dat deze speelsters bij de clubs aangesloten blijven en voor de teams van hun clubs kunnen uitkomen en aan de clubtrainingen deelnemen.

Redenen zijn o.a.:

  • Jaarlijks kan elke topclub hierdoor geen beroep doen op een vijftal talenten die niet meer in de eigen club kunnen doorgroeien. De clubs worden door de Federatie geamputeerd van hun beste jonge speelsters hetgeen hun werking volledig verstoort.
  • De Federatie beconcurreert de clubs in de competitie met hun eigen beste speelsters. Heeft de vrouwencompetitie voor de voetbalbond nog voldoende waarde?
  • Het deelnemen door de Yellow Flames aan de competitie biedt geen structurele oplossing voor het competitieformat. Het belemmert sterk de intrede van nieuwe clubs in de Super League.
  • De huidige Red Flames hebben de topsportschool trouwens ook gecombineerd met het spelen in de topclubs in de hoogste reeks.
  • De andere topsportscholen werken ook goed. De speelsters krijgen daar de mogelijkheid om samen te trainen met topsporters van jongensploegen. In samenwerking met de topclubs is dit een ideale opleiding. Zij worden bij hun clubs door de oudere en ervaren speelsters omringd.
  • Vandaag leeft heel erg het idee dat de Yellow Flames de future Red Flames worden. Meer nog, dat dit een voorwaarde is en wordt. Dit is niet gezond. Het doortrekken naar de derde graad zou dit enkel nog versterken. Niet alle topspeelsters maken deel uit van het Yellow Flames-project. Er zijn speelsters die – omwille van allerlei redenen - kiezen voor een andere school en andere Club. Ook voor hen moet het Topsportstatuut mogelijk blijven.
  • De clubs investeren reeds in een degelijke werking via professionele trainers (veldtrainers, physical coaches, techniek trainers, keepertrainers) en medische staf (dokters en kinesisten). Deze werking en investeringen komen door dit project in het gedrang.  Is het dan nog de moeite dat de clubs nog belangrijke financiële inspanningen leveren voor deze professionele omkadering? Gaat het niveau van de nationale competitie dan niet omlaag in plaats te groeien naar het beoogde hoger niveau?

Wij betreuren het dat men blijft lobbyen - tot zelfs in de hoogste rangen - terwijl alle vrouwenclubs tegen dit project zijn.

Alle vrouwenclubs vragen daarom nu met aandrang:

  • Geen deelname door de Yellow Flames aan de Nationale competities.
  • Een plan van aanpak ter verbetering van de Nationale competities met de klemtoon op duurzaamheid. Sinds onze persmededeling van januari 2019 is er nog niets veranderd en dus ook het seizoen 2019-2020 wordt opnieuw opgeofferd.
  • Een dringend persoonlijk gesprek met de Minister van Sport Philippe Muyters.
  • De mogelijkheid tot kennisname en overleg met de KBVB over de toekomstplannen van de CEO voor het Vrouwenvoetbal.
  • De installatie van een League Vrouwenvoetbal die voor 100% bestaat uit vertegenwoordigers van de Vrouwenvoetbalclubs. Zij zal in de toekomst als enige input geven voor het geheel van het Vrouwenvoetbal.

 

De clubs van de Super League, Eerste en Tweede nationale van het Vrouwenvoetbal

 

 

 

PS: Het statement van de nationale vrouwenvoetbalcoach U19:

De Red Flames U19 wisten zich te plaatsen voor het EK 2019 in Schotland, de doorstroming van jeugd naar A-ploeg loopt ook steeds beter. Toch is er nog werk aan de winkel wat betreft het clubniveau.

"Vrouwenvoetbal in België is in volle ontwikkeling, ook in Franstalig België. Er is een nieuwe bewustwording gekomen om het vrouwenvoetbal te laten zien aan de wereld. Er komt ook meer media, zelfs naar jeugdwedstrijden", aldus Xavier Donnay - coach van de Red Flames U19.

"De poort van de U19 naar de A-Flames kan snel worden open gebeukt - van de generatie 2018 lopen er ondertussen al drie tussen de A-kern van de Flames, dus het kan snel gaan."

Hopen op de grote clubs

Ondertussen blijft de ontwikkeling bij de Belgische clubs wel nog wat achter: "De KBVB heeft duidelijk gemaakt aan de clubs dat er ontwikkeling in het vrouwenvoetbal zit en de clubs zijn daar ook opgesprongen, om zich zelf ook te gaan ontwikkelen."

"Alle grote profclubs hebben een vrouwensectie nodig, daar zit de toekomst in, want zij hebben de middelen, de expertise, de ervaring, … alles in huis om speelsters prima te omkaderen. Laat ons hopen dat alle grote clubs dat doen."