De opkomst van vrouwenvoetbal in Nederland uit "Vrouwenvoetbalnieuws"

Vrouwenvoetbal is hot', een kop die regelmatig terugkomt in artikelen over vrouwenvoetbal in kranten, tijdschriften (zoals onlangs in Voetbal International) en op internet. Vrouwenvoetbal is inderdaad populair. Zowel wereldwijd als in Nederland. Tussen 1998 en 2016 steeg het aantal vrouwelijke KNVB-leden van 65.000 tot ruim 151.000. Bij geen enkele andere Europese voetbalbond werden de afgelopen vijf jaar zoveel meisjes en vrouwen lid als bij de KNVB. Toch heeft het na de eerste vrouwenvoetbalactiviteiten in Nederland meer dan 70 jaar geduurd voordat vrouwenvoetbal officieel door de KNVB werd (h)erkend. In deze eerste bijdrage van het seizoen 2016/ 2017, geeft Research & Intelligence op basis van (wetenschappelijke) literatuur ‘college’ over hoe vrouwenvoetbal zich in Nederland heeft ontwikkeld vanaf het einde van de negentiende eeuw.   

 
Nederland was in de negentiende eeuw sterk verzuild op basis van religie. De protestantse en katholieke waren de twee grootste zuilen. Aanvankelijk was het vanuit die zuilen niet gewenst dat mannen en vrouwen aan sport deden. Weliswaar incidenteel, maar aan het einde van de negentiende eeuw vonden de eerste vrouwenvoetbalactiviteiten in Nederland plaats. Voetbal- en cricketclub Sparta was vooruitstrevend in haar denken omdat het voor zover bekend de enige club was die aan het einde van de negentiende eeuw de beoefening van vrouwenvoetbal aanmoedigde. In 1896 organiseerde Sparta een wedstrijd tegen een team van één van de eerste Engelse vrouwenvoetbalclubs, the English Ladies Footballclub. De Nederlandse Voetbal Bond (NVB) – de voorloper van de huidige KNVB – verbood de wedstrijd met als reden dat vrouwenvoetbal in strijd was met het algemeen fatsoen.

Eerste wereldoorlog als breekpunt

Rond 1900 gingen mannen vanuit zowel katholieke als protestantse kringen meer aan sport doen. Om tegen te gaan dat mannen zich aansloten bij neutrale, niet christelijke sportverenigingen, werden vanaf 1910 vanuit zowel katholieke als protestantse kringen, sportverenigingen opgericht. Ook vrouwen wilden aan sport doen, maar daar was vanuit beide kringen aversie tegen omdat het vrouwelijk lichaam via sport zichtbaar werd. Voetbal werd tegen die achtergrond nauwelijks door vrouwen beoefend. Dat veranderde toen de eerste wereldoorlog uitbrak in 1914. Mannen gingen in militaire dienst en vrouwen kregen daardoor meer ruimte om zich in het publieke domein te begeven. Toch duurde het tot 1924 voordat O.V.V. Oostzaan als eerste Nederlandse vrouwenvoetbalvereniging werd opgericht. Vanuit de literatuur is bekend dat de beoefening van voetbal door vrouwen tussen 1930 en 1940 weer afnam. Enerzijds door de economische crisis die er destijds in Nederland was. Anderzijds omdat het in de periode tussen de eerste en tweede wereldoorlog maatschappelijk te onrustig was om aan sport te doen. 

De periode na de tweede wereldoorlog

In de periode van wederopbouw na de tweede wereldoorlog, schikten vrouwen zich massaal in hun verzorgende rol in de privésfeer. Net als in de periode na de eerste wereldoorlog, werd vrouwenvoetbal in de jaren na de tweede wereldoorlog populairder omdat de relatieve rust in de maatschappij terugkeerde. Rond 1950 werden er meer vrouwenvoetbalverenigingen opgericht die het vooral in onderling en vriendschappelijk verband tegen elkaar opnamen. Dat veranderde in 1955 toen de Algemene Damesvoetbalbond werd opgericht en de eerste officiële vrouwenvoetbalcompetitie werd opgericht. Opnieuw was de Nederlandse Voetbal Bond, die inmiddels Koninklijk was geworden (de KNVB dus), huiverig. De KNVB bestempelde de vrouwenvoetbalcompetitie als een ‘wilde competitie’ die niet bijdroeg aan de ontwikkeling van het Nederlandse voetbal. De KNVB had vooral angst dat vrouwelijke voetballers afleiding zouden zijn voor mannelijke voetballers. Nadat de competitie door de KNVB was stilgelegd, werd deze na onderhandelingen tussen de KNVB en vrouwenvoetbalverenigingen in 1956 hervat onder bepaalde voorwaarden. Een voorwaarde was bijvoorbeeld dat er tussen het begin- en eindsignaal van mannen- en vrouwenwedstrijden, minimaal een half uur tijdsverschil moest zitten.

De periode tussen 1960 en 1980 

In de jaren zestig van de twintigste eeuw brak vrouwenvoetbal in Nederland daadwerkelijk door. Niet toevallig vond in die periode ook de tweede feministische golf plaats. De tweede feministische golf droeg er aan bij dat vrouwen meer aan sport gingen doen. Binnen algemene voetbalverenigingen kwamen er meer afdelingen gericht op vrouwenvoetbal. Eveneens steeg het aantal vrouwenvoetbalverenigingen. Door beide ontwikkelingen werden er meer vrouwenvoetbalcompetities georganiseerd. In 1970 werd vrouwenvoetbal officieel binnen de KNVB opgenomen, zij het onder voorwaarde, die later werden afgezwakt. Zo werden de competities vanaf 1979 bijvoorbeeld opengesteld voor meisjes.

De periode van 1980 tot en met heden 

Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw is vrouwenvoetbal onderdeel van het takenpakket van professionals die werkzaam zijn bij de KNVB. Vrouwenvoetbal is daarna meer geprofessionaliseerd. In het seizoen 1995/ 1996 werd voor het eerst een nationale vrouwenvoetbalcompetitie georganiseerd. Andere ijkpunten zijn de oprichting van de Eredivisie voor vrouwenvoetbal in 2007 en de eerste deelname van de Oranje Leeuwinnen – het hoogste vertegenwoordigende vrouwenvoetbalteam van Nederland – aan het wereldkampioenschap voetbal in 2015.

De toekomst: onderzoek binnen het vrouwenvoetbal 

Via beleid en structureel onderzoek wil de KNVB de groei in het vrouwenvoetbal realiseren. Niet alleen voor wat betreft het aantal meisjes en vrouwen dat voetbalt, maar ook voor de bekendheid van Nederlanders met vrouwenvoetbal. Bredere thema’s waar dat beleid en structureel onderzoek onder andere betrekking op hebben, zijn: (stijlen van) coaching, vrouwen(voetbal) in de relatie tot de cultuur en het bestuur van voetbalverenigingen, en WEURO 2017 dat komende zomer in Nederland plaats zal vinden.   
 
Met dank aan Laura Jonker